TEMPERAMENT & KARAKTER VAN DE ZUIDRUSSISCHE OVCHARKA

        De Zuidrussische Ovcharka is een van de vele grote, langharige, witte berghonden. We vinden ze in vele landen en in verschillende types. Ze komen wat betreft hun historische gebruikswaarden overeen en hebben allemaal de min of meer uitgesproken neiging datgene wat ze als het hunne beschouwen, te verdedigen en te beschermen. Die taak voeren ze zelfstandig uit. En dat houdt in dat ze de eigenschap hebben zich eigenzinnig te gedragen.
Veel eigenaren zijn trots op hun imposante machtige hond, het veilige gevoel dat de hond geeft. En daaraan inherent de miskende potentiële gevaarlijke instincten die dit soort honden kunnen bezitten en die soms niet – of te laat – onderkend worden door hun eigenaren, uit onervarenheid en ongeloof bij waarschuwingen van mensen die het weten kunnen.
    Zonder het in banen leiden van de eigenschappen van dit soort honden kunnen vervelende situaties ontstaan. Want hoe goed gefokt op karakter en hoe goed gesocialiseerd ook, hoe hoog de bijtdrempel ook mag zijn, in de aard van de Zuidrus ligt altijd het instinct tot verdedigen. Een eigenaar moet zijn hond goed kennen om in te kunnen schatten in welke situatie en via welke trigger-mechanismen dit naar voren komt.
    Daarom moeten mensen die een Zuidrus willen houden zich realiseren dat zij daarvoor aan bepaalde eisen dienen te voldoen: overwicht, ervaring en inzicht in de aard van hun hond en daarbij de bereidheid veel tijd aan de opvoeding van de hond te besteden.

    Export van de Russische rassen was gedurende lange tijd verboden en slechts weinig mensen buiten de voormalige USSR hadden de gelegenheid om kennis te maken met een Ovcharka. De Ovcharka’s die geshowd werden op internationale shows waren honden die op scherpte getraind waren, meestal afkomstig uit militaire kennels. De toerist die de USSR bezocht en een Ovcharka tegenkwam en deze probeerde te aaien of aan te halen, deed dit maar één keer. Een hond die op een show of test voedsel aannam van ieder ander dan zijn eigenaar werd gediskwalificeerd. Show training bestond eruit dat men zeker wist dat de hond zijn muilkorf niet af zou doen en niemand behalve zijn baas aardig genoeg zou vinden om voedsel van te accepteren. Een tijd lang werd op bovenmatige scherpte gefokt en geselecteerd door verschillende (militaire) kennels.
    Maar dat is nu veranderd. Nieuwe tijden, een nieuw land, nieuwe (show) regels. Het temperament van de Ovcharka wordt in de nieuwe standaard (1998, nog niet aangenomen door de FCI) omschreven als gelijkmatig; oncontroleerbare agressie is nu een diskwalificatie. Russen zullen echter nooit fokken op zacht temperament. Zij zullen geen rassen of werkhonden houden die niet waken. Maar zij voeden hun pups al wel op een nieuwe manier op, en ze zullen hun honden niet meer provoceren tot agressie.
Omdat de nieuwe generaties beter gesocialiseerd worden waren de Zuidrussen die naar Europa kwamen in de vroege jaren 80 daarom scherper dan de meeste Zuidrussen die er nu zijn.
Het karakter van de Zuidrus wordt sterk beïnvloed door de mate van socialisatie. Dat verschilt van land tot land: een Zuidrus in Rusland of oost Europees land zal anders opgevoed en gesocialiseerd worden dan een Zuidrus in Nederland. Ook selectie criteria van ouderdieren spelen een rol. In Rusland zijn scherpte en agressie meer geaccepteerd terwijl een zeer scherpe hond in Nederland eerder uitgesloten zal worden van de fokkerij. Dit is een van de redenen waarom het karakter van de Zuidrus zich niet gemakkelijk laat omschrijven. Er bestaat namelijk niet zoiets als DE  Zuidrus. Iedere karakterbeschrijving zal opgaan voor de meeste honden, nooit voor alle binnen het ras.

    Een belangrijk kenmerk van Zuidrussen is dat ze als het ware twee honden in een zijn, ze tonen twee gezichten naar de wereld. Dit komt omdat ze de wereld in tweeën delen: “mijn roedel” en “niet mijn roedel”. Zuidrussen zijn waakzame, onafhankelijke, intelligentie, koppige, dominante en loyale honden.

    Ze zijn zeer waakzaam en een Zuidrus eigenaar moet hier terdege rekening mee houden. Veel mensen denken dat deze waakzaamheid door een goede opvoeding wel weg te trainen is. Dat is niet zo. Het instinct om te waken maakt een absoluut wezenlijk deel uit van de aard van dit ras, het zit diep geworteld in hun wezen. Training maakt dit gedrag beheersbaar omdat de hond dan controleerbaar is. Training geeft een laagje beschaving. Een goed gesocialiseerde en opgevoede Zuidrus zal niet zomaar  zonder reden uitvallen maar blijft altijd, in alle omstandigheden, een waakhond.
    Een Ovcharka is geen herdershond in de gewone zin van het woord maar is een werkende kudde- en erfbewaker. Deze honden leren in de eerste 4 maanden van hun leven wie er tot hun roedel behoren en wie niet. “Mijn roedel” dat zijn voor een Zuidrus degenen, mens en dier, met wie hij heel nauw (lichamelijk) contact heeft en met wie hij dag in dag uit zijn leven en zijn terrein deelt. Bezoek dat slechts een keer in de week langskomt en dan weer weggaat hoort niet tot de roedel. Dat is en blijft bezoek, ook al is het uw familie of zijn het uw beste vrienden.
    De meeste Zuidrussen accepteren bezoek op hun terrein alleen maar als hun roedelleider erbij aanwezig is en de verantwoordelijkheid hiervoor overneemt. Een Zuidrus die met (jonge) kinderen opgroeit zal die kinderen beschermen. Dit kan betekenen dat hij ingrijpt in een wild spelletje van het kind met zijn vriendjes als hij het idee heeft dat zijn kind verdedigd moet worden. Of dat hij in wil grijpen als er een voor hem onbekende volwassene te wild met het kind omgaat, ook al is dit uw lievelingsoom. In zijn ogen worden een lid van zijn roedel aangevallen en dit zal hij niet accepteren.
    Een Zuidrus duldt in de regel geen vreemde hond(en) op zijn terrein. Reuen zijn ten opzichte van andere reuen feller naar elkaar dan naar teven toe; teven zijn minder verdraagzaam naar andere teven dan naar reuen. Over het algemeen spelen Zuidrussen niet met andere honden die niet tot hun roedel behoren, en de meeste Zuidrussen kunnen niet los van de lijn lopen. Ze zijn dominant ten opzichte van andere honden en willen hun roedel en territorium verdedigen, ook tijdens een wandeling. Als de hond goed opgevoed is, naar u luistert en geleerd heeft los te lopen zal het meestal toch noodzakelijk zijn om hem bij u te roepen als er mensen of andere honden in zicht komen. Denkt u hier niet te licht over. Voor veel Zuidrussen betekent dit dat ze nooit los kunnen lopen.

        Onafhankelijk en koppig
        Zuidrussen hebben weinig “will to please”: ze willen hun baas wel gezelschap houden maar doen niet alles wat er van ze gevraagd wordt. Het ras is geselecteerd op zijn onafhankelijke waak, verdedigende en hoedende eigenschappen. Het was hun taak om een seizoen lang zonder menselijke hulp te overleven bij de kudde en de orde te handhaven als de schapen water moesten drinken. De honden zorgden ervoor dat de schapen in kleine groepen water dronken; als de hele kudde in een keer naar de bron toe ging zou deze vernietigd kunnen worden. De Zuidrus combineert hierdoor een aantal unieke eigenschappen in zijn wezen, namelijk een waak- en een hoedersinstinct. Door deze combinatie van eigenschappen vertonen Zuidrussen een aangeboren wantrouwen en scherpte tegen vreemden met daarbij een hoge mate van sensibiliteit en een uitgesproken aanleg om situaties te beheersen. Dit geeft hen een psychisch overwicht en een grote mate van zelfstandigheid en onafhankelijkheid. Zuidrussen zijn gewend om zelfstandig te werken. Ze zullen niet slaafs de bevelen van de baas opvolgen, maar zullen dit “taxeren”: is het zinvol, levert het me wat op? Tijdens trainingen en kursussen zullen ze bepaalde oefeningen niet eindeloos willen doen: volgen-halthouden-zit, volgen-halthouden-zit, volgen… Bij de derde keer “zit” zal de hond waarschijnlijk weigeren en afwachten tot u beslist hebt wat u nu eigenlijk wilt van hem. Een goed opgevoede Zuidrus komt als hij geroepen wordt maar niet onmiddellijk. Hij moet eerst nog even hier snuffelen en daar plassen…

        Dominant
        Honden zijn sociale wezens en hebben een sociale rangorde nodig. Het sociale systeem voor honden is een roedel met een duidelijke rangorde. De leider van de roedel is de Alpha, de absolute baas, de Top hond. Voor uw Zuidrus is uw gezin zijn “roedel”. Sommige honden passen zich zonder problemen aan in de lage posities van hun mensen roedel. Ze doen wat hen gezegd wordt en dagen de Alpha niet uit. Anderen passen zich minder snel aan. Sommigen zijn leiders van nature en zullen hun menselijke Alpha steeds opnieuw uitdagen. Anderen zijn klimmers op de sociale ladder, altijd op zoek naar mogelijkheden om een treetje hoger te klimmen op de gezinsladder. Alpha honden lijken vaak goede troeteldieren. Ze zijn zelfverzekerd, slimmer dan gemiddeld en aanhankelijk. De verhouding tussen baas en hond lijkt geweldig – totdat er iets gebeurt wat de hond niet aanstaat of hij iets moet doen wat hij niet wil. Honden hebben een leider nodig, ze hebben een instinctieve behoefte om in een roedel te leven. Ze willen zekerheid over hun positie en wat er van ze verwacht wordt. Als mensen niet voorzien in deze behoefte aan leiderschap dan zullen de meeste Zuidrussen deze positie zelf op zich nemen. Lees: het artikel over ALPHA HONDEN

    De neiging om de baas te willen worden zit er bij een Zuidrus – reuen én teven – al jong in. Bij een nog jonge pup uit zich dit dikwijls in verdedigend gedrag rondom de etensbak. Als een pup grommend bij zijn etensbak staat moet hij door zijn baas onmiddellijk tot de orde geroepen worden. Vanaf de allereerste dag is een goede manier om de rangordeplaatsen te bepalen de volgende. Maak het eten van de pup klaar, ga op de grond zitten met de etensbak bij u op de grond, of  ga op uw hurken zitten met de etensbak in uw handen. Nodig de pup uit om te eten. Praat wat met hem, aai hem en wen hem eraan dat zijn voer onlosmakelijk verbonden is met menselijk contact. Laat alle huisgenoten dit om beurten enige malen doen. Daarna laat u hem rustig zelf eten maar haalt u elke maaltijd de bak een keer weg, roert het eten even door en geeft de voerbak terug. Dit doet u een paar keer per week totdat de hond volwassen is. Voor de hond wordt het gewoon dat menselijke handen aan zijn voerbak zitten en dat dit geen bedreiging oplevert.
    Of geef de hond een LEGE voerbak, haal deze weg, en doe er vervolgens een schep voer in. Als de hond dit op heeft haalt u de bak weer weg, doe er opnieuw een schep voer in, net zolang tot de pup zijn portie gehad heeft. Op deze manier leert hij dat het weghalen van de bak betekent dat hij voer krijgt, en niet dat er voer afgepakt wordt.
    Duidelijkheid, vanaf het begin, over de positie van de pup in de roedel voorkomt problemen als de hond ouder wordt. Geef daarom vanaf de eerste dag dat de pup in huis is de regels duidelijk en consequent aan. Dit is moeilijk, want zo’n schattig pupje van 8 weken is heel vertederend. Toch is het van groot belang dat u vanaf het begin heel duidelijk bent over de plaats van uw pup in de roedel. Doet u dit niet dan kunt u als de hond jong-volwassen is, problemen verwachten. Zuidrussen zijn intelligente honden en opportunisten: ze zullen gebruik maken van iedere situatie die zich voordoet om een treetje hoger in de rangorde te komen. Duidelijkheid en een consequente benadering vanaf het begin voorkomt veel problemen en strijd en maken de hond duidelijk waar zijn plaats is binnen de roedel.
    Dat betekent, vanaf de allereerste dag,
    * dat de pup niet op de bank mag. De bank is een hoger gelegen plaats en verleent aanzien. Dit is voorbehouden aan de roedelleider – de mens.
    * Niet op het bed. Dit is “het hol” van de roedelleider. Een bijzonder bevoorrechte plek, niet voor de hond.
    * Als er gegeten wordt dan eten de mensen eerst, pas daarna krijgt de hond zijn voer. Dominantere roedelleden eten eerst.
    * Bij thuiskomst worden eerst de overige gezinsleden (mensen, oudere huisdieren die een hogere positie hebben) begroet. Daarna begroet u de pup.
    * Als u en de pup weggaan of binnenkomen, gaat u als eerste door de deur. De deur is het symbool voor de territoriumgrens.
    * Borstel of kam de hond iedere dag een paar minuten. Misschien heeft zijn vacht het nog niet nodig maar op deze manier went hij eraan en onderwerpt hij zich aan u.
    * Stap niet over uw hond heen maar stuur hem weg als hij in de weg ligt. Het is uw territorium.
    * Aai de pup en geef hem aandacht als u dat wilt, niet als hij erom vraagt. Aandacht van ondergeschikten opeisen is dominant gedrag en dient niet beloond te worden. Bedelt de hond om aandacht, negeer hem dan. Roept u hem en komt hij, beloon hem dan uitbundig.
    * Speel geen sjor- en trekspelletjes met hem. In een roedel of nest zijn deze spelletjes meer dan alleen spelen. Ze helpen om een rangorde te vestigen die gebaseerd is op lichamelijk kracht. Voor een pup is ieder spel een oefening voor een latere krachtmeting. Deze spelletjes moedigen de hond aan om mensen fysiek te domineren en hun tanden te gebruiken. Doe in de plaats daarvan apporteer en zoek spelletjes. Zorg ervoor dat u degene bent die het spel begint en beëindigd en niet de hond.
    * Laat de pup niet in uw handen of kleren bijten, ook niet “uit spel”. Het is belangrijk al in de vroege jeugd van de hond een hoge bijtdrempel te creëren.
    * Leer de pup de oefening “zit”. Zodra hij dit kan laat u hem zitten voor elke beloning, voordat hij zijn eten krijgt, voordat u hem aait. U bevestigt uw eigen dominante positie door de hond eerst een opdracht te geven voor hij iets van u krijgt.

        Training en opvoeding, intelligentie
        Zoals hiervoor al werd genoemd zijn Zuidrussen intelligente honden. Voor hun oorspronkelijke werk - hoeden en waken - en hun zelfstandigheid in deze taken moesten ze wel slim zijn, anders overleefden ze niet. Door hun intelligentie bezitten de meeste Zuidrussen echte leiderscapaciteiten en hebben ze een baas nodig die hier mee om kan gaan. Ze leren snel nieuwe dingen: gewenst, maar ook ongewenst gedrag!
Zuidrussen zijn honden met een sterke eigen wil maar ondanks dat is heel goed mogelijk om ze tot een prettige huisgenoot op te voeden. Voor een Zuidrus pup is het heel belangrijk dat hij deel uit maakt van het gezin; daarom moet hij zoveel mogelijk positieve ervaringen opdoen met andere honden, mensen, op visite gaan, autorijden, drukke plaatsen en dierenarts bezoek. Ze hebben al van jongs af aan een heel sterk gevoel voor wie “eigen roedel” is en wie niet. Mensen, dieren en dingen die ze niet kennen vinden ze niet aangenaam. Als ze het eenmaal kennen, wordt het over het algemeen geaccepteerd. Behandel uw hond daarom alsof hij van koninklijke bloede is. Voor een Zuidrus pup moet het leven en de kennismaking met alles wat daar bij hoort zo vreugdevol en positief mogelijk zijn. Negatieve ervaringen moeten zo mogelijk voorkomen worden. Een grote mate van goede, positieve socialisatie geeft de pup de mogelijkheid om zijn “eigen roedel” uit te breiden. En het samen volgen van een (puppy) kursus legt de basis voor een goede relatie met de baas.

Diane Sari
 
 

| RETURN TO INDEX |
| ABOUT US | BREEDING POLICIES | OUR DOGS | GENERAL INFO | TEMPERAMENT |
| BREEDDESCRIPTION IN DUTCH |
| STANDARD | TRAINING | SOS - SRO | NO SRO | LINKS |
| PHOTO ALBUM |
| NEWS |

OUR LITTERS:
|D-litter 1991 | Y-litter 1998 | S-litter 1999 | Z-litter 2002 | K-litter 2004 | B-litter 2005 | V-litter |

© 2006 Diane Sari - Sarisin's.  Nothing of this site may be printed, reprinted or used without the expressed permission of Diane Sari